» BLOG 13: Gestresste kikkerbillen

22 jul, 2015


Ik zag het hoge palmgras aan me voorbij schieten.
De taxi chauffeur die ons van het vliegveld naar het hotel bracht lag wat onderuit gezakt in zijn stoel.
Omdat ze daar links rijden is het even schrikken als hij een manoeuvre naar links moet maken om op de smalle weg een tegenligger wat ruimte te gunnen.

Ik heb liever wat overzicht op de weg dan puur het vetrouwen te moeten hebben in de chauffeur of er plots een bocht naar links of rechts opduikt.
Dat is in de keuken ook zo. Het restaurant kan spontaan vol lopen maar dan is het aan de bediening om te zorgen dat de bonnen op een werbaar tempo aan te bieden. 25 bonnen in één keer heeft echt geen nut.

Als 5e jaars leerlingkok werkte ik voor mijn examenjaar in een gezellige Bistro. Het was een stille avond, geen reserveringen en geen vooruitzicht dat het wel eens anders zou kunnen worden.
“Jij redt je zeker wel?” Zei de eigenaar-Chefkok.

Hij was druk bezig met het schrijven van de nieuwe menu kaart en ging naar zijn kantoor boven het restaurant.

Ik besloot met emmer en sop de koelbank eens flink onder handen te nemen.
Met mijn mouwen opgestroopt en mijn hoofd diep in de koelkast van de werkbank kwam de enige overgeblevene bedieningslid van die avond verschrikt melden dat er spontaan diverse gezelschappen binnen kwamen. Een man of 30 in totaal.
Ik gaf de mededeling alvast door aan de Chef dat ik straks wel een handje zou kunnen gebruiken. Voor nu was het nog niet nodig.

Dat veranderde in rap tempo, alle bestellingen kwamen vrij snel achter elkaar binnen.
Ik rende de marathon om de kachel heen. Voorgerechten warm en koud, hoofdgerechten garnituren, vis, vlees, kikkerbillen in knoflook saus.

“Gaat ie lekker?” Hoorde ik de Chef, net even naar beneden gekomen, een beetje lacherig zeggen.
” Nou, een handje extra kan geen kwaad!” Riep ik terug.
Maar dat handje kwam niet.
En ik voelde me langzaam aan de zeik ingaan. Dat is een nette vakterm voor de soep inlopen.

Pissig was ik!
En de Chef grinnikte.

Als leerling heb je in een keukenbrigade niet zoveel middelen tot je beschikking.
Een grote mond geven is in de regel het domste wat je kunt doen.
Zelfs als de chef iets voorbereid wat staat aan te branden omdat hij even was weggelopen van zijn pan…let it burn!  Zeg niets en zet ook het gas niet laag.
Het klinkt misschien raar maar denk als leerling nu niet dat je het beter weet dan de chef.
Als iets aanbrand van de Chef dan was dat namelijk de bedoeling! Geen leerling die moet denken dat hij het beter weet….duidelijk toch?

De laatste gerechten werden het restaurant in gebracht. Complimenten volgde in plaats van klachten.
Ik besloot de Chef maar even dood te zwijgen, wel natuurlijk ‘Bon Chef’ zeggen als hij wat vroeg maar verder was hij voor mij als lucht die werd afgezogen door de afzuigkap.

“Ben je boos? ” vroeg hij me na een tijdje…’
“Ja, Chef!”
En dat was ik zeker…pissiger dan pissig, nijdiger dan nijdig.
“Voor mij ben je al een geslaagde kok”. Maar ik zweeg.
” Had ik je moeten helpen dan?” Vervolgde hij. Ik wist dat er een betoog zou komen die toch niet tegen te houden was.
” Nou een extra handje was wel prettig geweest”, beet ik hem bits toe..
“Om je handje vast te houden?” “bedoel je dat?”

” Dan je had je nog maar één hand over gehad om te koken.” Kreeg ik als repliek terug.
“Luister Kees, het restaurant liep vol maar je hield je hoofd koel, je ging kopje onder in maar je werkte je eruit naar boven. je raakte niet in paniek en alle gasten waren zeer tevreden.
Dit was een proef die ze tijdens het examen nooit testen.
“De belangrijkste les die ik je kon meegeven is dat jij nooit meer onder de indruk hoeft te raken als de hut vol loopt!”

” Kom, tijd voor een drankje! ” zei hij ” …als je de keuken schoon hebt gemaakt natuurlijk.
De weg die ik in mijn carièrre te gaan had kon ik niet overzien, net zo min als de weg waarover we met de taxi rondscheurde het eiland over.

Mijn voorkeur gaat toch uit naar het eerste!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *