» BLOG 60: Klinkers in het vreemde water

09 sep, 2016

Dit is misschien de vreemdste Blog die ik tot nu toe schrijf. Het is niet een einde maar ook niet een begin. Misschien meer een beetje van beide denk ik.
Klinkt als een omschrijving van een cryptische woordpuzzel, vindt je niet?
Mijn moeder is bijvoorbeeld een kei in het maken Cryptogrammen.
Waar ik blijf steken bij een Zweedse woordpuzzel van 3 sterretjes staat zij de meest ingewikkelde cryptische omschrijvingen te ontrafelen.

“Deze is makkelijk!” zegt ze tegen me…. ‘Voor het raam in België!’.
Eerlijk gezegd weet ik dan ook niet waar te beginnen met denken.
Ik bedoel, voor het raam, dan denk je aan prostituees misschien. Maar wat heeft dat nu weer met België te maken, is het daar weer anders? Of bedoelen ze een speciale naam voor gluurders die voor het raam staan en naar binnen kijken?
Gaat het over oudere mensen voor het raam zoals wij zeggen, achter de geraniums?
Dan kan ik denken aan Opa of Oma bijvoorbeeld.
“Hoeveel letters?” vraag ik.
“Vier” zegt ze me met een glimlach van leedvermaak.
Oke dan kan Bompa of Bomma ook niet prakkiseerde ik verder.

“Luik”.
“Sorry, wat zei je?” mompel ik terwijl ik bezig ben mijn denkkrachtmotor uit zijn versnelling te halen.
“Luik” zegt ze nogmaals met een stem die klinkt alsof het een zo’n voor de hand liggende oplossing is.
“Voor het raam in België, daarmee bedoelen ze Luik”, legt ze me uit. “Makkelijk he?” Ik knik daar een beetje suffig op terwijl ik mijn denkproces nog aan het evalueren ben.
“Doe er nog maar eentje.” Vraag ik.
Mijn moeder zit op de rand van het ziekenhuisbed en tuurt naar de cryptogram.
Ze ligt aan de raamzijde en naast haar ligt een oudere man maar ze heeft het gordijn tussen hem en haar dichtgedaan in de hoop dat die mopperkont de cryptische hint begrijpt.
Ik moet er eigenlijk wel een beetje om lachen. Mijn moeder was in de dagen ervoor even langs de dokter geweest, ze voelde zich niet zo fit. De dokter had haar door gestuurd naar het ziekenhuis voor verder onderzoek.

De uitslagen lijken niet bemoedigend en ze verteld me dat het er niet goed uitziet. Dat kon ze opmaken uit de onderlinge reacties en de blikken van de artsen.
“balen en Dalen” roept ze ineens en ik krijg nog als tip mee dat Dalen met een hoofdletter is. Ik merk dat ik meer bezig ben om zo nadenkend mogelijk te kijken in combinatie met een blik alsof de oplossing op het puntje van mijn tong ligt.
“Het is er toch één in de categorie makkelijk” zegt ze verontwaardigd.
Ik vraag haar plagerig of ze een beetje rekening wilt houden met mijn zelfvertrouwen door niet steeds de nadruk op dat makkelijk te leggen.
Mijn reacties zijn puur bedoeld om tijd te rekken, mijn kansen te vergroten om de juiste oplossing te vinden. Maar mijn gedachtes dwalen af hoe ik voor mijn moeder tijd kan rekken, hoe ik een oplossing heb voor de cryptische informatie die artsen geven.

Tuurlijk is de medische staf lief en zorgzaam en doen ze hun uiterste best om het zo comfortabel mogelijk te maken voor mijn moeder maar zodra er slecht nieuws is dan zie je ze allemaal in een verkramping schieten. Hun lippen lijken alleen nog zinnen te kunnen produceren die zijn aangeleerd.’ We wachten nog op meer uitslagen, mevrouw” of  “de artsen moeten eerst nog overleggen en dan maken ze een afspraak met u”. Op zo’n moment weet je zelf ook al hoe laat het is, bad news. Het is slechts een cryptische manier van verwoorden.
“Zakken!”

Ik schrik weer even op uit mijn diepe gedachte en zie dat ze me met een glimlach aankijkt. Zo knap hoe ze met de situatie omgaat, sterk blijft en nota bene mij probeert te troosten. “Ach kind, je hebt het wel te verduren hè? Vijf maanden geleden het plotselinge overlijden van je vader en nu dit weer.” Zegt ze tegen me. Dit is allerminst een cryptische omschrijving van wat een  moeder is, die maken zich standaard zorgen om hun kinderen, ook al zou dat in sommige gevallen andersom moeten zijn.

“Zakken zei je?”
“Ja Balen zijn zakken en Dalen is ook zakken, dus Zakken is het goede antwoord.” Legt ze me wederom uit.
Ik vraag al geeneens meer de uitleg wat de hoofdletter D van Dalen als hint te maken had. Het bleek te gaan om een plaatsnaam dus ik gaf maar een reactie van “ooooh, natuurlijk!” Mijn cryptische manier van verhullen dat ik er nog geen snars van snap.

De mopperkont van achter het gordijn was demonstratief achter mij, in een stoel gaan zitten.
“Zo, dat is beter dan tegen dat stomme gordijn aan kijken” hoorde ik hem zeggen.
Ik snapte hem ook wel en misschien zat hij op zijn beurt ook te wachten op bad news. Hoe dan ook de situatie was voor niemand fijn, je ellendig voelen en gespannen zijn voor wat komen gaat.
De mannelijke kamergenoot gaf in ieder geval geen bijdrage voor een meer ontspannen situatie.

Ik stond op en liep naar de kamer waar de verpleging op dat moment aan het samenscholen was. Nadat ik de situatie had uitgelegd beloofde de zuster mij dat ze het ging regelen. Mijn moeder die zichtbaar opgelucht reageerde, nadat ik haar een subtiele knipoog gaf, fluisterde mij de vraag toe hoe ze het dan gingen regelen?
“Laten we dat maar even afwachten, doe nog maar eerst zo’n raadseltje van je.” Zei ik.

“Klinkers in het vreemde water!” En daar ging ik , “Keien, kiezels, zee-egels…hoeveel letters? Drie? Huh…? Weet je het zeker?”
Ze zakte achterover in haar kussen toen de zuster binnen kwam. “Dag meneer, zal ik even uw kleren verschonen?” vroeg de zuster aan de kamergenoot van mijn moeder.
Hij beantwoorde elke vraag met een stellige Nee!
Pillen? Nee
Plassen? Nee
Eten? Nee
Tanden poetsen? Nee

De zuster liep weg maar dit was slechts een kwestie van tijd. Spoedig keerde ze terug en terwijl hij zich al voorbereidde op een volgende ‘Nee’ vroeg ze hem,  “Heeft u het ook zo wam?” Ja daar kon hij geen nee meer op zeggen en een beetje verrast moest hij toegeven dat hij het inderdaad warm had. “Ik kan een kamer voor u regelen waar het een stuk koeler is als u wilt?” vroeg ze hem heel cryptisch.
Want cryptisch was het maar ik wist in dit geval precies wat ze met deze tactische vraag bedoelde. Het was zo helder als water. Op deze vraag hoefde ik niet te staren, tijd te rekken of mijn gezicht in bochten te wringen zodat het leek alsof het antwoord er elk moment aan kwam.

“Ja het is inderdaad warm hier” reageerde hij nu op een rustige toon. “Als ik nu eens die koelere kamer voor u regel, neemt u dan uw pillen in?” “Ja, beloofd” zei de man nu met een glimlach.
“En gaat u dan ook eten?” vroeg de zuster hem “Ja, dat zal ik ook doen!” zei hij weer. En met een vrolijke blik op zijn gezicht werd hij met bed en al door de zuster weggereden naar zijn nieuwe verblijfplaats.
Slim aangepakt dacht ik, misschien is die zuster ook wel goed in cryptogrammen?

De uitslag van alle onderzoeken bleek inderdaad slecht. Slechter dan slecht. Mijn moeder had het al verwacht, ze begrijpt als geen ander dat er weinig hoop was.
Vol in het leven, genietend van haar eigen bedrijf waar ze al 45 jaar lang haar passie beleeft.
Een schoonheidssalon waar je niet komt als klant maar als een vriend of vriendin.
En nu zit ik aan haar bed te verbijten over de cryptogrammen die zij in een mum oplost als suiker en water.

Ze mag straks weer naar huis en dan loopt ze met een andere kijk op de wereld naar buiten. Wij lopen allemaal ineens met een andere kijk op de wereld naar buiten. Niets is meer hetzelfde. Sommige problemen zijn ineens heel klein geworden of zelfs niet meer relevant.
Voor sommige vraagstukken zijn geen antwoorden meer nodig.

“Drie letters zei je?”
“Ja klopt, makkelijk toch?”

Dit keer weet ik gewoon niet wat te zeggen. Heb ik zelfs geen antwoord op de simpelste vraag. Hoe te beginnen of hoe te eindigen.
Vreemde klinkers of vreemd water, klinkers die vreemd klinken in het water.
Niets is meer hetzelfde…
Denk ik…

L’eau revoir!

 

 

 

 

169 totaal aantal vertoningen, 1 aantal vertoningen vandaag

Eén reactie op “BLOG 60: Klinkers in het vreemde water”

  1. Andrea van den Bosch schreef:

    Tjeetje wat een gave blog weer jij had schrijver moeten worden of misschien alsnog worden!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *