» BLOG 62: Pokemind

23 okt, 2016

Ik heb de laatste weken eens flink aan mezelf gewerkt, Misschien wel harder gewerkt dan ooit.
Waarom? Omdat het in mijn hoofd net Kijkduin was met een bord, ‘Pokémon verzamelplaats’.
Tijd voor een Time out.
In Kijkduin zijn ze inmiddels van de ellende verlost, Kwestie van een software aanpassing en klaar is Kees.
Maar mijn Pokémons gaan niet weg door een software aanpassing.

Ken je die stenen knikkerpotjes op pleintjes of in de stoep? 20161002_125529.jpg

Ik heb ook zo’n knikkerpotje in de straat. Ik loop er dagelijks langs en koester mooie herinneringen aan zo’n stenen kuiltje. Ik heb me helemaal suf geknikkerd met mijn vriendjes vroeger.
Voetje voor voetje naar elkaar toe en wie met zijn tenen op de ander zijn voet uitkwam mocht bepalen , beginnen of laatste.
“Letst!” had vaak de voorkeur en de strijd kon beginnen. De zak met knikkers kwam tevoorschijn en dan onderhandelen over de buit die ingezet moest worden. Kattenogen of Eentellers, Bonken en Olie-bonken, Parels, Spikkels en Niknakkers.
Niemand gebruikt de stenen voorloper van de Pokémon-go nog maar weghalen doet ook niemand.
Een voorloper? Ja want het was immers een verzamelplaats maar dan voor knikkerjagers.
Weet je trouwens wat ik denk, wie de voorlopers zijn van Vloggers op YouTube? Die kinderen van het programma ‘Achterwerk in de kast’! Ik keek het altijd en zo hilarisch wat er allemaal werd gezegd. Volgens mij zitten ze nu nog steeds filmpjes te maken met hun smartphone.

Even wat anders, De middenstand in Vianen heeft enorme stress over het weghalen van de parkeerplaatsen in de winkelstraat. Een jarenlange hardnekkige discussie tussen de Ondernemersvereniging en de Gemeente want de Ondernemers zijn bang dat het zal leiden tot verlies van klanten en dus omzet.
Langdurige stress kan leiden tot vervelende symptomen en als je daar niets aan doet kan je overspannen raken en zelfs een Burn-out krijgen zo las ik laatst.
Het is daarom des te grappiger toen de NOS berichtte over de overlast van Pokémon jagers op de boulevard en omstreken van Kijkduin. Het eerste wat ik dacht is zet dat bord van Pokémon zone in godsnaam hier in de winkelstraat van Vianen en vraag het bedrijf Niantic, de maker van dat spel, of ze een vrachtwagen lading van die wollige beestjes los laten.
Dan gaat het eindelijk eens lekker vollopen met publiek. Zet er dan wel onder dat bordje “Consumptie verplicht” want dat is weer goed voor de lokale economie.

Een Chef-kok vertelde mij vroeger in mijn beginjaren dat als je ging dromen over menu kaarten dan was je overspannen. Ik wist toen nog helemaal niets over stress, overspannen zijn of burn-out. Nu ik ouder ben hoor ik het veelvuldig om mij heen van mensen die in zo’n situatie beland zijn. Sterker nog, volgens Arboned lijden ruim 1 miljoen Nederlanders aan Burn-out klachten op een beroepsbevolking van ruim 8 miljoen, 1 op de 8 dus en dat kost de economie zo’n zes miljoen verzuimdagen per jaar.
Een heftig verschijnsel en al helemaal voor degene die in een burn-out is geraakt.

“Zorg goed voor jezelf en doe het wat rustiger aan”, zei een bezorgde collega mij laatst toen ik aangaf dat ik wat vermoeid was. Het was volgens hem niet niks wat ik de laatste tijd mee had gemaakt. Belangrijke projecten op het werk, het plotseling overlijden van mijn vader en drie maanden later mijn bonus oma en onlangs het bericht dat mijn moeder nu ook ernstig ziek is. Een strijd waar tijd rekken de enige optie is.
Natuurlijk draait alles gewoon door want naast het werk hebben de kinderen een schooluitvoering, griepjes, verjaardagsfeestjes, sport activiteiten maar ook de boodschappen en het huishouden moet gedaan worden.
Zou ik dan verschijnselen hebben van overspannenheid of Burn-out dacht ik? Het zette mij wel even aan het denken moet ik bekennen.

Toen ik als Chef-kok werkte en het restaurant ineens vol liep met gasten kon je niet zeggen, doe het maar even rustig aan. Daar moet je op de een of andere manier toch mee om kunnen gaan, Daar kom je in de Horeca snel achter. Dat is eigenlijk ook geen stress maar gewoon erg druk.
Maar er zijn ook andere zaken waar je geen invloed op kan uitoefenen en dan wordt het een heel ander verhaal. Ik bedoel, ik heb talloze kookboeken om in te bladeren als ik dingen wil weten maar ik heb geen handboek waarin staat hoe om te gaan met het overlijden iemand.
De eerste vraag die ik meestal kreeg van mensen was, “Hoe oud is je vader geworden?” Ja, die was nog redelijk makkelijk te beantwoorden.

Ik stelde trouwens ook altijd die vraag aan iemand die te maken had met het overlijden van een naaste en ik besef me ineens meer dan ooit dat ik die vraag stelde uit onwetendheid. Alsof ik daarmee kon meehelpen om het voor die persoon een plek te geven. Als de overleden persoon in kwestie maar oud genoeg was dan kon je zeggen, ach hij heeft een mooie leeftijd bereikt en dat is tenminste een schrale troost.
Wat een lul ben ik toch ook. Ik besef me dat ik mijn vader nu niet zou willen missen en over tien jaar ook niet en misschien over honderd jaar ook niet. Hij is voor mij een knikkerpotje die niemand weg mag halen. Waar ik mijn herinneringen aan heb.

Mijn broer en ik zijn bijvoorbeeld jaren geleden onze eigen weg gegaan. Deelden niet meer onze gevoelens en sociale beslommeringen met elkaar. Daar hadden we geen tijd voor, konden het even niet  of we hadden misschien geen zin in.
Hij druk, ik druk, allemaal druk. En ondanks dat we druk waren was dat geen stress maar eigenlijk een gemis. Een gemis omdat alles veel te snel gaat. Kinderen groeien als kool en voor je het weet meldt Linked In tussen neus en lippen door dat je al tig jaar bij je bedrijf werkzaam bent. Dan stromen er ineens allemaal felicitaties over de social media binnen. God das waar ook, helemaal vergeten in de drukte.

Sinds het overlijden van onze vader hebben mijn broer en ik elkaar de afgelopen zes maanden meer gezien, gesproken, gebeld en gewhatsappt dan de afgelopen 15 jaar bij elkaar en dat is super fijn. Niet dat ik hem dat gezegd heb want ik ben nu even druk met schrijven maar dat leest hij dan vast weer in deze Blog.
Hoe dan ook, ik ben niet overspannen en heb ook geen Burn-out en ik ben al helemaal niet gestrest. Waar ik wel last van heb is KDS oftewel KijkDuinSyndroom.
KDS staat niet op Wikipedia hoor voor wie het wil gaan Googlen maar elke Pokémon staat voor een vraagstuk waar ik wat mee moet of juist niet. Het is een kwestie van rangschikken en dan oplossen of loslaten en afvoeren.
En dat koste mij best veel tijd de afgelopen weken. Inspannend en vermoeiend ook.

Soms gaat het zelfs om de meest onbenullige dingen die er in mij opkomen. 20161022_115106.jpgVoorbeeld?
Nou zo was ik vandaag bijvoorbeeld boodschappen doen bij de AH en hangt er een reclamebordje aan de binnenkant van mijn boodschappenwagentje met de tekst erop “ Ene Uitvaartverzorger Huppeldepup, Betrokken bij uw afscheid”.
Godallerjezus wie verzint nu weer zoiets. Alsof ik mijn laatste avondmaal aan het kopen was. Maar goed, gewoon een struik andijvie ervoor zetten en loslaten dacht ik.

Over avondmaal gesproken trouwens, ik weet nog zo goed mijn kennismaking met stressmanagement en mijn eerste avondmaal toen ik als leerling ging werken in de keuken van het Badhotel in Rockanje…

‘De klassieke Zeven’

Hoofdstuk 1: Spoiler op mijn muts


Ik was net zestien jaar geworden en klaar met mijn middelbare school en een algemeen jaar consumptieve technieken. Daar leer je de basis beginselen voor kok, bakker of kelner.
Ik koos ervoor om kok te worden. Morgen was het zover, mijn eerste dag als leerlingkok in een echt bedrijf. De avond ervoor had ik wakker gelegen, zo spannend vond ik het. Ik zette mijn fiets achter tegen de muur van het hotel. Achter die muur stonden de karren met platgetrapte dozen en containers voor het afval, stapels kratten met lege flesjes. Alles bij elkaar geeft dat een heel specifieke geur kan ik je zeggen. Niet echt aangenaam trouwens.

Op diezelfde binnenplaats stonden ook een paar stoelen en een bloempot gevuld met sigaretten peuken. Op een van die stoelen zat een lange man gekleed in een keurige zwarte pantalon en gepoetste schoenen. Hij droeg een witte blouse met daarover een bordeaux rode Gilet  en een zwarte vlinderdas. Hij zat ver voorover gebogen, mouwen opgerold en met zijn ellenbogen leunend op de knieën te staren naar de grond.
Arthur had de ontbijtdienst in zijn eentje gedraaid en zat al zuchtend even uit te puffen. Hij was de afgeslankte versie van de reus en de zeven mijls laarzen omdat je van elke stap die hij deed er drie moest doen om hem bij te houden. Arthur alias ‘de Lange’ kon ook tien borden tegelijk dragen alsof het bierviltjes waren.
Als hij een tafel moest leeg ruimen dan had hij ook maar één trip nodig naar de spoelkeuken om het vuile servies weg te brengen inclusief het tafellaken die onder zijn arm geklemd zat. Als een ruitenwisser kon hij met zijn armen over tafel zwiepen en alles was weg.

Over de binnenplaats liep ik via de openstaande deur door een lange gang. Links van mij was de kamer van de huishouding waar de lucht van wasmiddel een gordijn vormde tegen de lucht van de binnenplaats.
Rechts van mij was een kamer waarin een lange eettafel stond voor het personeel. Hier werd elke avond in twee ploegen gegeten. De stoelen om de tafel waren flexplekken zeg maar, op één na. Aan de kopzijde van de tafel zat altijd de Chef. Een ongeschreven doch zeer belangrijke regel.
Achter zijn stoel hing een poster op de muur met de tekst.
‘Het is uiteindelijk de gast die jouw salaris betaald!’

Halverwege de gang liep je langs het levensmiddelen magazijn  met daarnaast een rij metalen kledinglockers. Omkleden deed je gewoon in de gang. Man of vrouw maakte niets uit. Het was gewoon de normaalste zaak van de wereld dat je met je collega’s in je blote kont stond om te kleden bij wijze van spreken. Aparte kleedhokken of toiletten waren er  niet. De gang was een omkleedverzamelpunt. Maar dan zonder Smartphones en Pokémons.

Voor het einde van de gang had je links een grote deur met een enorme hendel eraan. De koelcel. In de koelcel was nog een grote deur met een hendel…de vriescel. Deze koelruimtes vormen een essentieel onderdeel van de Spartaanse keuken opvoeding.
De deur kan namelijk niet van binnenuit geopend worden en als leerling ben je dan ook een gewild object om voor de grap weliswaar, onvrijwillig als experiment te fungeren of je in aanmerking komt voor de titel ‘Ijskonijn van het jaar”.

Aan het einde van de gang ging je een trap op van enkele treden en kwam je direct uit in de spoelkeuken. Hier zwaaide ‘King Ali’ de scepter. Een Marokkaanse man van rond de 60 die al twee decennia de functie Papa Afwas vervulde. Ali had zijn familie in Marokko en nam elk jaar een vakantie van 4 weken om naar zijn gezin af te reizen. Het enige wat je nooit wist, wanneer hij precies terug kwam. Meestal pas na een week of 8 maar niemand durfde daar ooit iets over te zeggen. Zelfs de directeur niet. Ali moest je te vriend houden en dan deed hij alles voor je. Maar voor wie grapjes met hem wilde uithalen kon rekenen op een pertinent doodszwijgen. Hij noemde degene dan alleen nog Kaloef, wat varken betekende.

Wijnand de klusjesman was ook van de oude garde. Hij was er al bij toen het Badhotel in 1964 gebouwd werd en woonde als verstokte vrijgezel nog bij zijn moeder in een klein huisje op loopafstand van het Hotel.
Wijnand stond altijd paraat om te helpen en was ook de wandelende encyclopedie. Hij wist werkelijk precies hoe alles van het gebouw in elkaar zat van elke steen tot stopcontact. Nou ja, als hij niet een borreltje teveel op had, want dan konden we de volgende ochtend mee zoeken naar zijn fiets die hij ergens onderweg had achtergelaten van zijn stamkroeg naar zijn huis.

Het Hotel gold vanaf de jaren ‘70 als een van de chicste hotels om te eten of je vakantie te vieren. Op slechts enkele honderden meters van het strand was dit hotel een waar paradijs in de duinen. De Franse klassieke keuken was tot in de puntjes aanwezig.
Zo werd er nog aan tafel geflambeerd, de saus voor de crêpes Suzette gemaakt of de saus Stroganoff voor de chateau briand.
Het vlees, gevogelte of vis werd voor je neus door de geroutineerde bediening gefileerd en voor de klassiekers Sole Meuniere en Sole Picasso kwamen trouwe gasten van ver.

Ik melde mij in wit tenue bij de Chef.
De Chef had de hoogste koksmuts van allemaal. Niet dat hij die nodig had om groter te lijken want hij was groot van zichzelf en had handen als koekenpannen.
De enige en laatste keer dat ik zijn naam hoorde was tijdens het sollicitatie gesprek,, “Mijn naam is Rijk maar in de keuken heet ik Chef!”
Hij stelde mij voor aan de brigade van zes koks met beduidend lagere koksmutsen.
In de hoek van de keuken stond de bureau van de Chef.
Uit een van de lades pakte hij een koksmuts en gaf die aan mij.
Ondanks de kleinste stand drukte de koksmuts mijn oren naar beneden als Dopey van de zeven dwergen.
“Wacht maar even, dat ziet er niet uit.” Hij pakte de nietmachine en kneep aan de achterzijde een paar nietjes erdoor.

Koksmuts met een spoiler aan de achterkant is nu officieel lid van de Klassieke Zeven..

Volgende week : “Appelmoes”

222 totaal aantal vertoningen, 1 aantal vertoningen vandaag

Eén reactie op “BLOG 62: Pokemind”

  1. Andrea van den Bosch schreef:

    Geweldige blog. Behalve koken heb je ook nog een mpoie carrière als je schrijver zou willen worden. Elke keer weer een genot om te lezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *